Zeer oude sterren

De bepaling van de ouderdom van het heelal

"De spectra die van deze relatief zwakke ster zijn verkregen, zijn echt geweldig – ze hebben een kwaliteit die tot voor kort alleen bij met het blote oog zichtbare sterren mogelijk was. Daardoor kan ook de zwakke uraniumlijn heel goed worden gemeten."

Roger Cayrel, Sterrenwacht van Parijs
ESO Observations

Astronomen hebben de Very Large Telescope ingezet om een unieke meting te doen, die de weg baant naar een onafhankelijke bepaling van de ouderdom van het heelal. Zij maten voor het eerst de hoeveelheid van het radioactieve isotoop uranium-238 in een ster die al bestond toen de vorming van het Melkwegstelsel – het sterrenstelsel waarin wij leven – nog niet voltooid was. (Zie ESO-persbericht eso0106).

Met deze 'uraniumklok' kan de ouderdom van de ster worden gemeten – ongeveer zoals bij de koolstofdatering in de archeologie, maar dan op veel langere tijdschalen. Hieruit blijkt dat de ster 12,5 miljard jaar oud is. En aangezien de ster niet ouder kan zijn dan het heelal zelf, moet het heelal dus ouder zijn dan dat. Dat is in overeenstemming met de ouderdom voor het heelal zoals die uit kosmologisch onderzoek volgt: 13,7 miljard jaar. De ster, en dus ook ons Melkwegstelsel, moet dus al kort na de oerknal zijn ontstaan.

Een ander resultaat vergt het uiterste van de astronomische technologie en werpt nieuw licht op de begintijd van het Melkwegstelsel. Astronomen hebben voor het eerst het berylliumgehalte gemeten van twee sterren in een bolvormige sterrenhoop. Daarbij hebben zij ontdekt dat tussen de vorming van de eerste sterren in het Melkwegstelsel en die in de sterrenhoop slechts 200 miljoen jaar verstreken. Bovendien stelden zij vast dat de eerste generatie van sterren in het Melkwegstelsel kort na afloop van het 200 miljoen jaar durende 'donkere tijdperk', dat op de oerknal volgde, moet zijn ontstaan. (Zie ESO-persbericht eso0425).